20-04-09Nieuwe kantonrechtersformule per 1 januari 2009
De kantonrechtersformule is een richtlijn die is opgesteld door de gezamenlijke kantonrechters in Nederland voor het bepalen van de hoogte van de zogenaamde ontbindingsvergoeding. Zowel de werkgever als de werknemer kan de kantonrechter op voet van artikel 685 Boek 7 BW verzoeken de tussen hen bestaande arbeidsovereenkomst op grond van gewichtige redenen te ontbinden. Deze gewichtige redenen kunnen bestaan uit dringende redenen of veranderingen in de omstandigheden. Indien de rechter het verzoek toewijst op grond van veranderingen in de omstandigheden, dan kan hij aan één van partijen ten laste van de andere een vergoeding toekennen. De kantonrechtersformule is een aanbeveling: de kantonrechter hoeft de formule niet te volgen.
In oktober 2008 heeft de Kring van kantonrechters besloten dat de oude formule uit 1997 aan herziening toe is. Men vond dat het criterium van billijkheid, dat in de wet wordt genoemd, tot een andere hoogte van de ontbindingsvergoeding dient te leiden. De gewijzigde kantonrechtersformule zal toegepast worden op ontbindingsverzoeken die ingediend worden vanaf 1 januari 2009.
De nieuwe formule is qua vorm gelijk gebleven aan de oude: A x B x C
Waarbij: A = aantal gewogen dienstjaren, B = beloning, C = correctiefactor.
A. De weging van de dienstjaren in verband met de leeftijd is echter aangepast, waardoor de vergoeding in de meeste gevallen lager zal uitvallen. De berekening verloopt vanaf 2009 als volgt:
- Elk dienstjaar tot en met het 34e levensjaar = 0,5
- Elk dienstjaar vanaf het 35e tot en met het 44e levensjaar = 1
- Elk dienstjaar vanaf het 45e tot en met het 54e levensjaar = 1,5
- Elk dienstjaar vanaf het 55e levensjaar = 2
Voor de berekening van het aantal gewogen dienstjaren wordt de diensttijd afgerond op hele jaren, waarbij een half jaar naar beneden wordt afgerond, en een half jaar plus een dag naar boven. Eerst een eenvoudig voorbeeld: een medewerker van 49 jaar met 18 dienstjaren heeft bijvoorbeeld (4x0,5) + (10x1) + (4x1,5) = 18 gewogen dienstjaren.
Dan een moeilijker voorbeeld: een medewerker van 47 jaar heeft een diensttijd van 15 jaar en 7 maanden gewerkt. Met afronding dus 16 jaar. De diensttijd ligt in drie leeftijdscohorten: 31 - 34 jaar: 3 jaar en 4 maanden; 35 - 44 jaar: 10 jaar; 45 - 47 jaar: 2 jaar en 3 maanden.
Daarmee dreigt de berekening fout te lopen omdat zowel in het eerste als in het derde cohort naar beneden wordt afgerond. In dit geval, waarin de afronding twee keer naar beneden plaats zou vinden, terwijl de totaalberekening met in- en uitdiensttreding een jaar meer aangeeft, mag in het hoogste cohort naar boven afgerond worden. Resultaat: 31 - 34 jaar: 3 jaar; 35 - 44 jaar: 10 jaar; 45 - 47 jaar: 3 jaar; totale diensttijd 16 jaar. In het geval van twee afrondingen naar boven moet in het eerste leeftijdscohort naar beneden worden afgerond. Zie voor deze berekeningen de extra toelichting bij nieuwe kantonrechtersformule, 12 januari 2009, www.opmaatarbeidsrecht.nl.
B. Beloning: hierbij is niets veranderd. Uitgangspunt is het bruto maandloon, vermeerderd met de componenten vakantietoeslag, dertiende maand (vaststaand en jaarlijks uitgekeerd), structurele overwerkvergoeding en vaste toeslagen, zoals een ploegentoeslag.
C. Correctiefactor: hiermee laat de kantonrechter zien aan wie de omstandigheden die tot de ontbinding leiden, zijn te wijten (verwijtbaarheid). In het geval van een neutrale ontbinding geldt een factor 1, d.w.z. er zijn geen bijzondere omstandigheden die leiden tot een hogere of lagere vergoeding. Maar er zijn situaties die een correctiefactor van 0, 0,5, 2 of zelfs 8 met zich mee kunnen brengen.
Vanaf 1 januari 2009 worden voorheen onderbelichte elementen meegenomen in de correctiefactor: de arbeidsmarktpositie van de werknemer en de financiële positie van de werkgever. Voor de arbeidsmarktpositie spelen bijvoorbeeld de arbeidsmarkt in de sector en de scholingskansen die de werkgever heeft geboden een rol.
De details van de berekeningswijze en de motivatie achter de nieuwe formule zijn hier te vinden.
Door de aanpassingen in de formule zullen we, zoals al eerder opgemerkt, in 2009 lagere ontslagvergoedingen zien. Daarnaast is er nog het kabinetsvoornemen om ontslagvergoedingen voor inkomens boven € 75.000 te maximeren op één jaarsalaris. Een wetsvoorstel met deze strekking ligt bij de Raad van State.
Tot slot nog de vraag of de kantonrechtersformule leidt tot een verboden onderscheid op leeftijd. Is het onderscheid in de hoogte van de ontslagvergoeding voor verschillende leeftijden objectief gerechtvaardigd? Het lijkt erop dat het onderscheid gemotiveerd wordt door een legitiem doel, dat geen discriminerend oogmerk heeft, en dat er geen alternatieve middelen zijn om dit doel te bereiken. Rekening houden met de minder gunstige positie van oudere werknemers op de arbeidsmarkt en het belonen van bedrijfstrouw zijn doelen die niet strijdig zijn met de Wet gelijke behandeling op grond van leeftijd bij de arbeid (zie ook het CGB-advies 2007-05).



